V in Japan - Dag 12: Nara
Dag 12: Een bezoek aan Nara
- Datum: woensdag 24 oktober
- Weer: zonnig en gezellig warm
- Gemoed: Niet super in-the-mood, maar laat ons dit doen!
- Passend lied: System of a Down - Deer dance
Naar Nara – En nu voor echt!
We hadden het een dag uitgesteld, maar deze dag gingen we wel echt naar Nara. Het weer zat ons mee, dus er was geen reden om deze trip nog verder uit te stellen!
We stonden vroeg op en maakten ons klaar om te vertrekken. En hoewel Steven initieel protest aantekende, gingen we terug ontbijten in het Zen café. Ons argument dat het ons tijd zou besparen en een goede plaats was om af te spreken met Colette had hem van gedacht laten veranderen.
Aan het einde van ons ontbijt arriveerde Colette ook effectief in het café. Terwijl we ons klaarmaakten om te vertrekken, bestudeerden we nog even de kaart van het café om te zien of we hier ’s avonds iets konden drinken. En wonder boven wonder, we zien dat het café Belgische bieren heeft! We zeggen tegen Colette dat ze op zijn minst Duvel eens moest proberen. En gezien de meeste bieren op café 500 yen kosten (op dat moment ongeveer €5), viel de prijs van 790 yen voor een duvel nog relatief mee. Dus cafébezoek na Nara was vast gelegd.
Na dit korte intermezzo wandelden we naar het station om de trein te nemen naar Nara. We reserveerden ons zitje en niet veel later stonden we in het land van de rendieren!
Ja, de stad Nara heeft een grote link met rendieren. Steven had uitgezocht en gevonden dat hier rendieren wild rondlopen (in het grote park, niet overal natuurlijk) en hij wilde natuurlijk op de foto met een rendier.
Dé bekendste toeristische trekpleister van Nara is natuurlijk de grote Boeddha, die bekend staat als de grootste Boeddha van heel Japan. Om daar te raken, wandelden we door een lange winkelstraat. We passeerden langs een Lunapark en zagen daar het Taiko drum ritmespel staan dat we enkele dagen geleden in Akihabara gespeeld hadden. Omdat Colette niet wist wat het was, moesten we dit natuurlijk tonen! En ja hoor, Colette vond het even leuk als wijzelf.
Aan het einde van de winkelstraat en het begin van het parkgebied zagen we een vijvertje waar er schildpadden in zwommen. Wegens de hoge schattigheidsgraad hebben we er natuurlijk foto’s van getrokken.
Naast deze vijver lag een set trappen. We gingen deze omhoog om op de site te komen van de “Pagode van 5 etages”. We ontweken het “Labatory” bord (Ik vermoed dat ze lavatory/toilet bedoelden, maar het kon even goed een laboratory zijn) en wandelden naar de pagode.
We kwamen een willekeurige gids tegen die ons spontaan de geschiedenis van de pagode wilde uitleggen. We moeten ons inhouden om niet luidop te lachen toen we bij de uitleg regelmatig “de tempel is afgebrand door bliksem en terug opgebouwd” hoorden terugkeren. Het klinkt respectloos, maar we hebben dit verhaal (afbranden door bliksem en opnieuw opbouwen) al zoveel gehoord de afgelopen dagen dat het hilarisch werd. De gids verzekerde ons wel dat na 5 keer afgebrand te zijn (serieus?), de Japanners eindelijk door hadden dat ze een bliksemgeleider nodig hadden.
Eens we aan de pagode zelf kwamen, spotten we de eerste rendieren. Ze waren duidelijk mensen gewoon en lieten zich gemakkelijk fotograferen. Terwijl we verder wandelden naar de site van de grote Boeddha, kwamen we steeds meer rendieren tegen. We waren duidelijk op de site van de boeddha tempel en de rendieren gaven dit aan. Hier en daar was er een plakkaat dat aangaf dat de rendieren wilde dieren blijven. Ze kunnen dan ook onverwacht reageren op bepaald gedrag.
Ik kon niet anders dan glimlachen als ik wat verder een verkoper van koekjes voor de rendieren zijn uiterste best moest doen om een rendier weg te jagen die van zijn koekjes aan het eten was (oh, de ironie!)
Na een gezellige wandeling (en een ijsje) belandden we op het wandelpad naar de grote Boeddha. Ook hier liepen overal rendieren rond. Maar toen wees Francis ons op het nadeel van de beestjes. En eens we het zagen, konden we hier niet meer naast kijken: Overal lagen er uitwerpselen op de grond en waren er sporen van dierlijke urine. We moesten goed uitkijken waar we onze voeten plaatsten om niet in de rendierkeutels te trappen.
We wandelden door de poorten waar de bewakers van de tempel waken (Agyo en Ungyo) en betaalden ons toegangsticket voor de Boeddha aan de kassa.
Net voor we binnen kwamen, zagen we een beeld in een poncho (creepy en vreemd), maar gaven er verder niet veel aandacht aan. We gingen de tempel binnen en zagen de grote Boeddha. Voor één keer mochten er WEL foto’s genomen worden binnen (uitzonderlijk), dus dat deden we dan ook.
Maguette van de tempel zoals het vroeger was, voor die...
"afgebrand was door blikseminslag en terug op gebouwd", inderdaad
De Haiku-man en de "man-flu"
We merkten dat Steven meer en meer ziek werd (Colette noemde het al grappend de “man-flu” (de man-griep)), dus we pauzeerden onze originele planning om naar Heijo kasteel te gaan en gingen maar met Steven terug naar het station, zodat hij terug naar de hostel kon.
Onderweg naar het station ontmoetten we een oude, rammelende man (die heel goed overweg kon met Engels) die probeerde beroemd te worden met zijn haiku’s (drie keer raden hoeveel succes hij had). Het duurde bijna 15 minuten eer hij de “moed” had om geld te vragen om hem te "ondersteunen". Na zijn doel duidelijk was, gaven we hem wat geld zodat hij ons met rust liet en we verder konden gaan.
Nadat we gedag hebben gezegd aan Steven aan het station, zochten Colette, Francis en ik iets om te eten in een lokaal restaurantje. Gezien mijn budget al over zijn limiet was gegaan, kocht ik maar een goedkope “beef bowl”.
De gefaalde trip naar het Heijô Paleis
Na deze lunch, wandelden we naar het Heijô paleis. Maar opnieuw bleek de toeristenkaart totaal onbetrouwbaar (ik begon die toeristenkaarten echt te haten). Deze kaart had een foutieve afstandsschaal. Volgens het kaartje was de afstand naar het Heijo paleis hetzelfde als de afstand die we deze ochtend gedaan hebben naar de grote Boeddha (best te doen, dus). Maar in realiteit bleek dat 2 tot 3x die afstand te zijn.
We merkten de fout in deze kaart pas op als we het stationnetje tegenkwamen dat ook op de kaart stond en zogezegd het “halfweg” punt is. Maar dit punt hadden we pas bereikt na meer dan een uur wandelen. Volgens de kaart was dit ook het dichtst bijgelegen station om naar het kasteel te gaan, dus het openbaar vervoer pakken op dit punt was ook al overbodig. We overlegden wat we zouden doen, maar geen van ons had zin in nog een lange wandeling heen, en een even lange wandeling terug. Dus gingen we terug naar Nara station en genoten van deze wandeling en het mooie weer.
Ergens onderweg passeerden we het “Knob” café, wat Colette enorm deed giechelen. We verstonden het niet echt, tot ik de term thuis opzocht. Letterlijk vertaald zou dit hier in België café "De lul" zijn (een “Knob” is zowel een onuitstaanbaar persoon, als straattaal voor “penis”). Niet echt de meest flatterende naam voor een café, hé.
Eens terug aan het hoofdstation van Nara, namen we de trein terug naar Kioto. Eens aangekomen, besloten we iets te gaan drinken in het Zen café. We raadden Colette aan om eens de Duvel te proberen, terwijl wij een paar van de andere Belgische biertjes proefden. Ook bestelden we een schoteltje Takoyaki (balletjes met stukjes octopus in). Na een tijdje kwam Steven ons vergezellen en dronk een biertje met ons mee (de man-griep duurde blijkbaar niet zo lang).
We hadden die avond een initiatie Go & Origami gepland, dus moesten we noodgedwongen gedag zeggen aan Colette. We spraken af om later naar haar hotel te gaan. Ze zei dat in haar hotel ook een Gentenaar logeerde en ze wilde dat we hem eens ontmoetten.
We gingen naar de receptie, waar enkele andere gasten ook aan het wachten waren voor die initiatie. Niet veel laten verscheen ook onze “sensei” van de avond. Samen gingen we naar een ontspanningsruimte en kregen we onze initiatie. Steven had een initiatie origami vouwen, terwijl Francis en ik een initiatie go (een Japans bordspel) kregen. Het was geleden van de serie Hikaru no Go dat ik nog iets gezien had van Go, maar onze sensei gaf ons rustig duidelijke instructies (zelfs met beperkte Engelse woordenschat) en het kwam snel terug. Go is en blijft een interessant, strategisch spel.
Na deze initiatie bedankten we de sensei en verlieten we ons hostel om naar Colette’s hotel te gaan. Hier ontmoetten we de Belg waarover zij het had. Deze persoon noemde Daan en blijkbaar werkte hij als journalist voor De Tijd. Hij was in Japan om een reportagereeks te maken over bedrijven en werken in Japan. Toen we zeiden waar we allemaal geweest, vroeg hij of we wisten dat Kanazawa (zie dag 8-9) een zusterstad was van Gent. We waren verbaasd om dit te horen, want we hadden hier niet specifiek iets over opgezocht.
Colette nam ons mee naar een lokaal restaurantje waar je een lokale specialiteit kon krijgen (een variant van Yakitori, vleesspiesjes van kippenvlees). We zeiden gedag aan Daan (hij had al gegeten en had geen zin om ons te vervoegen) en gingen naar het restaurantje.
Yakitori an sich is geen specialiteit van Kioto (je kunt het overal krijgen), maar in dit restaurantje had je tientallen variaties (met groentjes in verwerkt, met kaas, met sojasaus, enz). En zoals gewoonlijk komt het vlees van alle eetbare onderdelen van de kip. We aten verschillende spiesjes en probeerden verschillende combinaties, samen met een glaasje bier/sake.
Na dit restaurantbezoek zeiden we gedag aan Colette en keerden we terug naar K’s House, naar bed.
De volgende dag zouden we massaal de "toerist" gaan uithangen in Kioto. Meer daarover in de volgende blog post.
Reacties
Een reactie posten