V in Japan - Dag 02: Schone schijn in Tokio
Dag 02: Aankomst in Narita, K’s House Tokyo en Harajuku
- Datum: zondag 14 oktober 2012
- Weer: zonnig en warm
- Gemoed: Schone schijn, maar eigenlijk zijn we doodmoe
- Passend lied: Abingdon Boy's school - FRe@K $HoW
Aankomst in Narita, Japan
Onze vlucht kwam langzaam aan ten einde. Zo'n tiental uren na het opstijgen in Frankfurt landden we op de luchthaven van Narita - nabij Tokio. Dit in het midden van de nacht Europese tijd, maar 's ochtends vroeg lokale tijd. Gezien ons hoofd op middernachtmodus stond en we niet of nauwelijks geslapen hadden op het vliegtuig, zat die vermoeidheid toch engzins in ons lichaam. Maar ons enthousiasme en onze adrenaline duwde ons doorheen de rest van deze dag.
Na we het vliegtuig verlaten hadden, werden we geleid door heel wat hallen. Na verloop van tijd belandden we bij de wachtrij voor migratie (wat HEEL vlot ging, gezien de lange wachtrij). Daarna was het de beurt aan de douane en uiteindelijk de bagageband. De vlotheid waarmee deze processen vooruit gingen, was een toonbeeld van de Japanse efficiëntie.
Met onze bagage in hand en onze reispapieren goegekeurd, zochten we het "JR-railway" bureau. Niet moeilijk om te vinden, want een groot deel van de toeristen ging dezelfde richting uit. We gingen binnen en schoven aan in de rij om onze JR-reispas te activeren, zodoende dat we 14 dagen lang elke JR-trein op mochten.
Wegens onderbemanning van de burelen ging dit echter een stuk minder vlot (dit was een zondag, misschien daarmee dat er minder personeel was?). Maar na een dik half uur wachten, was onze JR-pas actief en hadden we een ticket geboekt op de Narita Express richting Tokio. We kregen ook een uitleg over hoe we de JR-pas konden gebruiken. Aan elke ingang van een treinstation zijn er poortjes waar gewone treinreizigers door moeten. Daar moesten wij NIET door. In plaats daarvan, moesten we met onze pas links of rechts hiervan gaan, via het bureel van de JR medewerker(s). Daar wandel je doorheen terwijl de JR pas toont.
Zo gezegd, zo gedaan. We gingen naar de sporen, passeerden langs dit bureeltje, toonden de pas, ontvingen een vriendelijke "Dôzo" (let: "ga maar door", in deze context) en we mochten verder naar het perron.
Eens op het perron spotten we een klein winkelstalletje. De toerist in ons kwam naar boven en we besprongen het standje bijna letterlijk om wat willekeurige snacks en drankjes te kopen. Francis probeerde het Kirin bier, Steven kocht iced tea (wat bleek een ijskoude thee, geen Lipton Ice Tea zoals we dat hier kennen) en ik kocht een frisdrankje met perziksmaak (niet slecht). Steven kocht ook een zakje met salami-snacks. Maar na enkele beten merkten we op dat het "vleesjes" met vissmaak waren. Dit voelde nogal raar aan in de mond. Steven liet het zakje rond gaan in onze groep, zodat we het allemaal eens konden proeven, maar het werd bij geen een van ons op gejuich onthaald.
Eens de Narita Express trein arriveerde, keken we vol verbazing hoe de mensen ordelijk uitstapten en de stoelen in de trein in een knip 180° draaiden, klaar om terug naar Tokio te kunnen rijden (zonder wagenziekte te veroorzaken). De kuisploeg raasde vervolgens als de wind door de wagons om deze proper te maken voor de volgende reis. Eens zij de trein verlieten, stapten de passagiers orderlijk op de trein. Wij volgden natuurlijk ook, en niet veel later vertrokken de trein richting Tokio.
K’s House Tokyo
Eens we Tokio naderden, haalde ik mijn bundeltje met afgedrukte informatie naar boven. Ik had de wegebeschrijving naar elk van onze logementen afgedrukt en dit bleek in de meeste gevallen zeer handig te zijn op onze reis. We bekeken de routebeschrijving naar ons hostel (K’s House Tokyo Oasis) en krabden even in ons haar. De routebeschrijving die ik gevonden had, was nogal verwarrend geformuleerd - vermoedelijk letterlijk vertaald uit het Japans. We moesten de tekst enkele keren lezen en analyseren eer we door hadden in welke richting we moesten (en dan nog).
Maar na een metrorit, en wat wandelen in enkele kleine straatjes, kwamen we aan bij het "K’s House" hostel. We zijn in een vreemd land zonder problemen toegekomen aan onze eerste verblijfplaats, zonder verloren te lopen en zonder een verkeerde trein of metro te nemen! Da's een prestatie op zichzelf, dus hoera!
Bij het binnen gaan van het hostel, merkten we snel een van de typisch Japanse gewoontes: Schoenen uit doen bij het binnen gaan. In het portaal van het hostel stond een (overvol) schoenenrek en daar rond stonden vele andere schoenen. We plaatsten onze schoenen bij de hoop en gingen naar binnen.
We checkten in bij de balie. Maar omdat we te vroeg waren, kregen we onze kamersleutel nog niet (we konden bagage wel onze bagage in veiligheid achterlaten). De bediende gaf ons een toeristenkaart van de omgeving. Op dit kaartje stonden interessante plaatsen om te bezoeken, maar ook de locaties van nuttige plaatsen zoals restaurants, superettes, banken en het postkantoor. Heel interessant voor nieuwkomers, zoals wij. We bekeken het kaartje dan ook aandachtig. Gezien het middag was, beslisten we om iets te gaan eten in een nabij gelegen restaurantje dat deel uitmaakt van de "Sukiya" keten van Japanse restaurants.
We lieten onze bagage bij de hostelbediende en wandelden naar het Sukiya restaurant. We bestelden er een “katsudon” (een beef bowl, of een kom rijst met sneetjes vlees en fijne ajuin op de top). Dit was voor mij de eerste keer dat ik moest eten met eetstokjes en het duurde even eer ik er aan kon wennen. Maar ik heb de kom volledig leeg gegeten met de stokjes. Was ik even trots op mijzelf.
Falen in het Harajuku-district
Na onze maaltijd merkten we dat de vermoeidheid ons begon in te halen. Maar desondanks beslisten we om toch nog iets te doen. Dus gingen we “freaks en fashionista’s” (lees: cosplayers) gaan spotten in Harajuku. Harajuku is bekend voor de mode, zowel in het positieve als het nega… het extreme. En we wisten dat er ook "ergens" cosplayers waren in die wijk. We reden dan ook met de metro naar het Harajuku district. Helaas eindigden we al rond dolend in de straten met vele kledingwinkels. De vele mensen die we zagen, liepen er wel mooi gekleed bij, maar echte fashionista’s of freaks zagen we niet of nauwelijks.
Na een uur of zo kwamen we tot de conclusie dat we eigenlijk te moe waren om nog verder te zoeken en niet echt meer helder konden nadenken. Dus keerden we terug naar ons hostel. Op terugweg naar ons hostel snuisterden we in ons informatieboekje en merkten we onze domme fout op. De cosplayers komen samen in een nabij gelegen park, net buiten het centrum van Harajuku (Yoyogi park). We waren op een totaal verkeerde plaats gaan zoeken (*facepalm*).
Eens terug in K’s House, was het reeds na 15u en konden we dus volwaardig inchecken. We kregen de sleutel van onze kamer. We namen onze bagage in hand en trokken richting onze kamer. Hoewel de kamers in deze hostel gedeeld waren, hadden we een kamer van 4 personen gereserveerd. Tijdens ons verblijf was het 4e bed nooit ingenomen, waardoor we de kamer eigenlijk volledig voor onszelf hadden. WC en douche was niet aanwezig op de kamer zelf, maar was een paar passen verder op de hal (dicht genoeg en voldoende in aantal).
Francis claimde een bed en plofte er direct op. Hij viel als een blok direct in slaap. Net voor ons vertrek naar Japan was hij ziek. En hoewel hij door zijn dokter "gezond" verklaard was om op reis te gaan, nam hij nog steeds medicatie die enigzins slaapverwekkend was. Het verbaasde ons dan ook niet echt dat hij knock-out lag en op niets meer reageerde.
Steven en ik wilden nog niet naar bed. En gezien we Francis niet verder wilden storen, gingen we maar naar de leefruimte van het hostel. Hier maakten we kennis met enkele van de andere hostelgasten. We praatten met twee meisjes, een Française en een Israëlische; alsook met een oudere Japanse man die (beperkt) Engels kon spreken en die we "Miya-chan" moesten noemen.
Tijdens ons gesprek met de Israëlische meid, vertelden we over onze ervaring met de Japanse metro, die ons al handenvol geld gekost had. We merkten dat het metro systeem in Tokio uitgebaat wordt door enkele verschillende bedrijven die geen deel uitmaken van JR-Railway. Hierdoor werkte onze JR-pas niet op de metro en was dit telkens bij betalen. En omdat we door onze vermoeidheid niet echt aan het opletten waren, hebben we vaak overgestapt waar het niet echt nodig was en bijgevolg veel geld betaald. Maar zelfs bij volle bewustzijn kost de metro in Tokio je echt veel geld als je deze veel gebruikt.
De Israëlische ging akkoord met ons, maar vroeg waarom we geen gebruik maakten van de trein in Tokio zelf. Ze deelde het volgende advies:
"Gebruik de metro alleen om van je hostel (of andere verblijfplaats) naar het dichtst bijzijnde JR station te gaan. Tokio is volledig omgeven van sporen en de JR-treinen rijden door heel Tokio en zijn heel handig te gebruiken. Je zal veel geld uitsparen op deze manier." Ja, dat was een gouden tip.
Omdat het avond werd, kregen we wat honger. Samen met de Israëlische "ontdekten" we de 7/11 superette aan de andere kant van de straat. Ja, dat kon je letterlijk nemen: Op enkele tientallen meters van het hostel, in dat kleine steegje, lag een superette. Zeer handig dat dit zo dichtbij was, we hebben deze met regelmaat bezocht.
We gingen de superette binnen en keken onze ogen uit naar alle Japanse voedingswaren. We kochten elk een (grote) kom instant noedels, betaalden en lachten nadien met de kassier die ongelooflijk laag boog (bijna 90°).
Terug in ons hostel aten we de noedels en dronken we een biertje. Dit laatste deden we samen met Miya-chan. Miya-chan deelde met ons in ruil een van zijn favoriete snacks… stukjes gedroogde inktvis. Het had toch maar een speciale smaak. Na verloop van tijd werd ik moe en ging ik naar bed. Steven volgde me niet veel later. De vermoeidheid had ons eindelijk ingehaald.
En zo eindigde onze eerste dag in Japan. Op naar de tweede.
Lees hier verder.
Reacties
Een reactie posten