V in Japan - Dag 08: Takayama
Dag 8: Takayama verkennen en de reis naar Kanazawa
- Datum: zaterdag 20 oktober
- Weer: Gezellig warm en zonnig
- Gemoed: Batterijen terug opgeladen
- Passend lied: Basement Jaxx - Red alert
ALAAAAAARM!
Deze ochtend werden we wakker op een wel heel vreemde manier...
Voor het slapen gaan, hadden we Francis gevraagd het alarm op zijn iPhone in te stellen om 8 uur 's ochtends (net voor hij als een blok in slaap viel). We hebben de iPhone ook laten opladen, om zeker te zijn dat de batterij het niet zou begeven in het midden van de nacht. Maar wanneer het alarm van zijn iPhone activeerde, deed de tv op onze kamer dat ook!
We schrokken ons alle drie een ongeluk en keken stomverbaasd naar de tv, die luidkeels naar ons schreeuwde (bij wijze van spreken). We waren als bij schok klaarwakker en staarden nogal verdwaasd naar elkaar door de situatie. We hadden geen flauw idee dat de tv ook een alarm had, laat staan dat iemand dit zou ingesteld hebben. We prutsten onwennig wat met de afstandsbediening en zetten de tv uit.
Na bekomen te zijn van ons bruusk ontwaken, deden we opnieuw elk ons eigen ding. Ik friste me op en scheerde mijn stoppelbaard. Francis plofte zich (letterlijk) terug op zijn futon-bed en viel terug in slaap (de wandeling van gisteren eiste duidelijk zijn tol). En Steven, die had een verslaving aan het warme bad opgelopen en had nood aan een nieuwe portie warm water. Eens we allemaal klaar waren met onze "activiteiten", gingen we samen opnieuw naar de ontbijthall.
Opnieuw stond er een groots ontbijt voor ons klaar. Voor Francis en mij was het een Westers ontbijt, en de koks hadden duidelijk hun best gedaan. Spek met eieren, verschillende broodjes, yoghurt, fruit, fruitsap, koffie, enz. Steven had opnieuw een Japans ontbijt en ook dit was opnieuw uitgebreid. Ook deze keer lagen er dingen tussen waarvan je op het eerste gezicht niet echt wist wat het was, laat staan dat je het zou willen weten. Ook kreeg hij opnieuw een kommetje natto bonen. Voor de derde keer at hij van de bonen en deze keer gaf hij het op. En ik kon hem geen ongelijk geven. Het maakt niet uit dat het "erg gezond" is, het is het écht niet waard om op te eten.
Na het ontbijt pakten we ons gerief terug in en checkten we uit bij de balie. Na goedkeuring van de eigenaars , lieten we onze koffers/rugzakken achter bij de hoteleigenaar. Dit om deze later op de dag terug op te halen. Hierna gingen we naar buiten en wandelden we naar het station. Eens aangekomen aan het station, stapten we het toeristenbureau binnen voor een toeristenkaart. We bekeken de kaart en vertrokken om Takayama zelf te verkennen.
Takayama Verkennen Deel 1 – De markt en het festiviteitenmuseum
Het eerste op onze wandelroute is een pagode, dicht bij ons hotel. We bezochten en bekeken deze en gingen verder naar de drukke ochtendmarkt (een van de 2 verschillende in Takayama).
We wandelden op het gemak door deze markt en keken smakelijk naar alle markstandjes. Nadien daalden we de trap af naar het bergriviertje vlak naast de markt om dit van dichtbij te zien. Het water was namelijk zo helder dat je alle vissen kon zien zwemmen. Best wel een mooi zicht.
Na een beetje verder wandelden, stonden we bij het festiviteitenmuseum. We zijn er echter niet binnen gegaan, gezien de prijs nogal duur was en we er toch niet echt in geïnteresseerd waren. Maar gezien er rond dit museum ook ook interessante dingen te zien waren, bleven we hier wat rondkijken.
Verder op deze site, stapten we een stel trappen omhoog, naar een schrijn. Naast dit schrijn stond de Kyoujin-isi (De steen van de waanzin). Het zou iedereen die deze steen aan raakt gek maken. Ik heb deze aangeraakt maar er veranderede niets aan mij... denk ik.
Nog op deze site stond er een oude, mechanische voorspellingsmachine (zo eentje uit de jaren ’70 denk ik). En mijnheer “ik-geloof-niet-in-voorspellingen” Steven moest zijn “geluk” opnieuw uitproberen na zijn eerdere ervaring in de Senso-Ji. Hij stak er een 100 yen muntstuk in. Het mechanische schouwspel begon (best mooi) en resulteerde in een rolletje papier voor Steven. Steven opende het papiertje en… kon niet lezen wat er op stond, gezien het volledig in kanji’s geschreven was en er geen Engelstalige vertaling te zien was.
Takayama Verkennen Deel 2: De wandelroute en het wandelpad van de literatuur
Na we de toeristenkaart nog wat bekeken hebben, besloten we een wandelroute te stappen, die in en rond Takayama ging. Op deze route gingen we de bergen zien en ook door het oud, folkloristisch centrum gaan (het oude-huizen district).
De wandeling was heel mooi. We wandelden langs stille wegen en zagen het gedeelte dat er uitzag als elk ander typisch bergdorpje. En daarna terug het drukke centrum in, om het oude-huizen district te zien.
In een van de lokale winkeltjes, net naast het oude-huizen district, kochten we een dango stokje. Tot mijn verbazing was deze Japanse snack niet echt zoet. Het was deegachtig, maar had toch een goede smaak (en goedkoop: maar 70 yen). We spotten ook een automaat met blikjes met figuren op van tv-series, zoals Kamen Rider en Dragonball Z. Ik kocht uit interesse (en de dorst) een blikje, maar merkte snel op dat het gewoon Fanta bleek te zijn.
Na de meest interessante plaatsen van deze stad gezien te hebben, wandelden we verder naar de hele andere kant van de stad, omdat we het Hida Folk museum wilden bezoeken. Op onze wandeling doorheen Takayama centrum kwamen we onder andere een winkel tegen die zich bezig hield met kunstwerken te maken uit staalconstructies. Het gene ons het meeste opviel was de grappige stoel, gemaakt uit wat leek op een xenomorph uit de alien films.
Na een fikse wandeling, bevonden we ons aan de andere kant van het station, die minder toeristisch aangelegen is. We spotten enkele winkels uit (grotere winkels, zoals je hier vaak aan gewestwegen hebt) en gingen een willekeurige kledingwinkel binnen om de lokale mode te spotten (en het sanitair te benuttigen).
We merkten in deze kledingzaak op dat de Japanse maten een stuk kleiner zijn dan de maten die we gewoon zijn in België. Steven merkte ook snel op dat NIETS hem paste. Hij is dan ook een reus in vergelijking met de gemiddelde Japanner.
Na wat gelachen te hebben, wandelden we verder naar een rustiger gebied. Op onze tocht kwamen we het "wandelpad van de literatuur" tegen. Gezien we niets anders gepland hadden, besloten we om dit pad dan maar te bewandelen. Op deze tocht kwamen we regelmatig stenen tegen met een Japans gedicht in gegraveerd. Best tof... En moesten we het verstaan hebben, zou het waarschijnlijk nog beter geweest zijn. Ongeacht de onverstaanbare literatuur ging deze route langs een mooi stukje natuur.
Aan het einde van dit pad passeerden we langs een restaurant. Gezien het middag was en we honger hadden, zijn we daar binnen gegaan om te lunchen. Daar heb ik katsu-karê gegeten (gepaneerde varkensfillet met Japanse curry). En ja hoor: Ik ben echt weg van die typisch Japanse curry. Dit is toch wel dé ontdekking van de reis.
Takayama verkennen Deel 3 – Shichi Fukujin: De 7 geluksgoden
Na onze lunch wandelden we voor de verandering verder in de verkeerde richting (deze keer mijn fout, geef ik toe). We stopten pas toen we in de verte een speciale, grote tempel tegenkwamen in de verte. We merkten op dat deze niet op ons toeristenkaartje stond. We hadden al gemerkt dat toeristenkaartjes “simpeler” versies zijn van de actuele kaarten en niet alle wegen hierop staan. Maar je zou denken dat alle tempels toch enigszins trekpleisters zijn en dit ergens zou vermeld zijn. Blijkbaar niet, dus. Na wat zoekwerk thuis kwam ik uit dat de tempel het hoofdkwartier is van de Sukyo Mahikari sekte en privé is (en daarom dus niet op de kaart stond).
Nu we stil stonden en de wegen en het kaartje bekeken, hadden we door dat we verkeerd aan het wandelen waren. We stapten terug in de richting van waar we kwamen om deze keer de correcte baan te nemen en verder te stappen naar het Hida Folk Village. Op de weg hier naar toe passeerden we een plaatsje, genaamd Shichi Fukujin, ofte “De 7 goden van geluk”. En gezien niemand van ons bijgelovig is (lol), zijn we maar naar binnen gegaan.
Als je fan bent van grote, oude beelden uit hout gesneden, dan is dit je ding. Persoonlijk dacht ik dat dit pure afzetterij was. 500 yen ingang om zeven beelden te bezichtigen en even op een klokje slaan. Laat ons zeggen dat ik niet echt onder de indruk was. Er hing zelfs een brief aan de ingang van “Guinness World Records”, dat ze het record voor grootste houten beelden NIET gehaald hebben, omdat er grotere houten beelden bestaan in (onder andere) Zuid-Amerika. Als ik een lokale “attractie” zou uitbaten, zou ik toch niet met dergelijke brieven pochen.
Hida Folk Village
Na dit korte intermezzo stapten we verder naar het Hida Folk Village. We gingen binnen en verkenden het “dorpje” volledig.
Het is een mooie plaats om geschiedenis en cultuur op te snuiven. En hoewel ik geïnteresseerd was in de vroegere manier van leven, vonden Steven en Francis het niet zo interessant. Ik moet Steven echter wel gelijk geven toen hij zei: "We hebben dit ook in België: Bokrijk!"
Na ons bezoek aan dit dorpje in oude levensstijl besliste Steven om via een willekeurige straat terug te keren naar het station. Mijn argument dat zijn keuze niet op onze toeristenkaart stond werd snel genegeerd ("Er staat toch te weinig op die toeristenkaart, dus..."). Tot niemands verbazing duurde het dan ook niet lang eer we volledig verdwaald waren (*zucht*).
Niet alleen stond onze gekozen straat niet op de toeristenkaart, er was op geen enkele manier een aansluiting met een van de straten die wel op ons plannetje stonden (grrmmbbblll). Pas nadat ik thuis op Google Maps onze wandelroute getraceerd heb, had ik door dat we net verder weg van het station aan het wandelen waren, in plaats van er naar toe (*zucht*).
Op goed geluk namen we dan maar wegen die ons (hopelijk) terug naar het station zouden brengen. Na een avontuurlijke wandeling langs een hoofdweg zonder voetpad (ik verbaas er me nog steeds over dat we niet werden aangereden) en nadat we enkele keren de weg gevraagd hebben, slaagden we er uiteindelijk toch in om terug te geraken naar het station. En eens aan het station, waren we terug op een herkenbaar pad. We wandelden door naar het hotel om onze bagage op te halen. Eens in onze handen, keerden we terug naar het station om de trein te nemen, richting Kanazawa.
De reis naar Kanazawa
Door onze extra lange wandeling in Takayama kwamen we laat toe in Kanazawa (rond 20 uur ’s avonds). Door dit late uur waren de meeste winkeltjes en de “Tourist Information Spot” reeds gesloten. Dus geen toeristenkaart en geen uitleg naar de locatie waar we zouden overnachten.
En hoewel ik de wandelroute naar ons gasthuis (Guesthouse Ochakare) had afgedrukt, waren we nogal moe en wilden we niet nóg meer zoeken in het duister. Dus besloten we een taxi te nemen naar het gasthuis.
Maar raar genoeg had de oudere taxichauffeur nog nooit gehoord van het gasthuis (het bestond nog niet zo lang, hoorden we later). En zelfs met mijn afdruk van Google maps kon hij het niet vinden (awkward). Na een 5 à 10 minuten rond te dolen, zette hij zijn teller af en reed hij met ons naar de taxicentrale. We grapten tegen elkaar dat hij ons in een donker steegje zou dumpen en zou overleveren aan de Yakuza.
In de taxicentrale nam de chauffeur mijn afdruk mee naar binnen en een goede vijf minuten later keerde hij terug met krabbels op zijn papier (GPS coördinaten, vermoedde ik). En zelfs daarme heeft het dan nog 10 minuten geduurd (en enkele keren rondrijden) eer Steven het gasthuis kon spotten. Dat was de vreemdste taxirit ooit.
In een zijnoot moet ik er wel bij vermelden dat taxichauffeur zijn (of postbode) een kutjob is in Japan. Geen enkel huis heeft een nummer (het heeft de familienaam in de plaats). En hoewel de straten effectief namen hebben, worden ze zelden vermeld. Alles gebeurt ofwel op kennis, ofwel op GPS coördinaten.
Eens aangekomen bij dit kleine gasthuis, stapten we uit de taxi en gingen we het gasthuis binnen. En geen wonder dat we het eerst niet gezien hadden, het was ECHT smal. Het "huis" gedeelte van gasthuis mag je wel letterlijk nemen. Het was een kleine rijwoning die omgebouwd was om meerdere kamers te verhuren. In dit huis konden een tiental gasten slapen + de uitbaters.
De kamers waren bijgevolg dan ook klein… HEEL klein. Wij drieën deelden een kamer net naast de woonkamer… in een KAST! We voelden ons plots als Harry Potter... maar op een totaal verkeerde manier!
Uitgaan in Kanazawa
Nadat we onze bagage afgezet hebben (in een andere kleine kast), vroegen de eigenaars welke specifieke toeristische trekpleisters we wilden bezoeken. Steven antwoordde dat we op zijn minst de Kenrokuen tuin, Kanazawa kasteel en de ninja tempel wilden bezoeken. De eigenaars knikten en zeiden dat ze een rondleiding hadden georganiseerd in de Kenrokuen tuin voor een andere, Engels sprekende gaste. Ze vroegen of we geïnteresseerd waren om deze mee te volgen (als de andere gast geen bezwaar had, natuurlijk). Natuurlijk hapten we hier gretig op in.
De Engelstalige gaste kwam toevallig net de trap af (Colette, uit Wales). De eigenaars vroegen haar of wij mochten mee gaan op de rondleiding naar de tuinen. Colette was gelukkig heel sociaal en zei dat ze alles behalve problemen had om meer mensen rond haar te hebben die Engels konden spreken.
Colette zei ons dat ze een Japanner had ontmoet die haar uitgenodigd had naar een bar te gaan voor een biertje en wat vleesspiesjes (Yakitori). Ze vroeg of we mee wilden. We hapten hier ook gretig op in.
De bar was op een paar honderd meter van het station. Op onze wandelroute naar dit café passeerden we het station en merkten we op dat het maar een goede 5 à 10 minuten wandelen was naar het station. Colette zag onze rare reactie en vroeg wat er gaande was. We vertelden haar het verhaal van de taxirit en ze moest eens lachen.
In het café ontmoetten we de Japanner waar Colette het over had. Samen dronken we een biertje, aten we wat yakitori spiesjes (blijkbaar kan je dit in veel café’s krijgen) en praatten we beiden over onze reisplannen. Colette vertelde verhalen over waar zij geweest was en waar ze nog naar toe ging. Wij deden het zelfde. Tot onze verbazing was er wat parallel te vinden tussen onze reizen.
Terwijl we aan het genieten waren van onze drank en babbel, werd Francis opeens gegrepen (of omhelsd) door enkele dronken Japanse mannen. Ze zochten iemand om tegen te praten en zagen Francis als een geschikt slachtoffer (wat de terugkerende quote "poor Francis", of arme Francis, tot leven bracht).
De dronken mannen probeerden Francis zelfs te introduceren aan een paar Japanse meisjes die ook iets aan het drinken waren. Ze noemden beiden blijkbaar Yuuko en waren beiden blijkbaar huisvrouw… en de zatte Japanners geloofden het nog ook. Het was duidelijk dat de meisjes niet geïnteresseerd waren en de zatlappen liever kwijt dan rijk waren. Maar de zatte mannen bleven maar door leuteren en lieten Francis niet los.
Na nog enkele biertjes begonnen de Japanners katerverschijnselen te tonen en lukte het Francis om zich los te werken uit hun “greep”.
De voorspelling toont zich
Na ons bezoek aan de bar (en Francis ons terug kon vergezellen), wandelden we terug naar het gasthuis. We passeerden langs een Family Mart die blijkbaar de hele nacht open is. En we stopten hier om nog wat bier te kopen. En voor het geval je het nog niet door had: Ja, het bier op café is echt duur. De reden waarom we regelmatig in superettes bier kochten, was omdat het anders héél snel héél duur wordt. Het is veel goedkoper om je bier in superettes te kopen (die toch blijkbaar 24/7 open zijn) en ze in je hostel of gasthuis op te drinken; alleen of in groep.
Na ons bezoek aan deze superette wandelden we verder naar ons gasthuis. We namen een groepsfoto, namen afscheid van de Japanner en gingen naar het gasthuis. De eigenaars waren reeds gaan slapen, maar de andere gasten waren nog wakker. Zij dronken iets in de woonkamer en hadden er niets tegen dat we hen vergezelden. Dit groepje bestond uit drie Japanse meisjes en één jongen (allen tieners). Ze spraken echter weinig tot geen Engels (enkel de jongen slaagde er in een conversatie te voeren). Maar gelukkig hadden we Steven bij ons, die de superkracht heeft om zich verstaanbaar te maken in elke taal, ook al kan hij deze niet spreken (vraag niet hoe, hij kan dit gewoon).
We dronken onze biertjes (en zij hun non-alcoholische drankjes) en lachten nog wat af. Nadat het ijs gebroken was, nam Steven opeens het rolletje met zijn voorspelling uit zijn zakken (je weet wel, het gene hij deze voormiddag had verkregen). Het verbaasde mij dat hij het had bij gehouden (geloofde hij nét niet in deze onzin?). Hij was wel nieuwsgierig wat dit briefje wilde zeggen. Hij vroeg aan de jongeren of ze het briefje konden vertalen en legde uit dat hij in de Senso-Ji het “slechtst mogelijke geluk” had gekregen. De tieners lazen het briefje en het werd plots héél stil.
Na een moment van ongemakkelijke stilte, gaven ze het briefje beleefd terug. De jongen zei dat het niet het slechtste geluk is, maar dat het ook niet echt goed was. Francis en ik konden ons niet meer inhouden van lachen en mijnheer “ik-geloof-niet-in-deze-onzin” zag er alles behalve gelukkig uit.
Na nog wat babbelen, besloten we naar ons bed te gaan en namen we afscheid. Daarna kropen we in ons bed... in de kast!
De volgende dag stond een bezoek aan deze stad op het plan. Meer daarover in de volgende blogpost.
Reacties
Een reactie posten