V in Japan - Dag 11: Regendag rustdag
Dag 11: Yodobashi en de Hot Springs van Kurama
- Datum: dinsdag 23 oktober 2012
- Weer: Regenachtig, de hele dag lang
- Gemoed: Een negatief begin omgezet in een goed gevulde dag! Productiviteit alom!
- Passend lied: Battle Hymn of the republic
Ja, laat ons NIET naar Nara gaan, vandaag
Die ochtend werden we wakker. Omdat we iets hoorden, keken we uit het raam en zagen… Regen, regen en nog eens regen. Jeetje. Omdat we naar Nara wilden gaan, checkten we het weerbericht om te zien hoe lang de regen zou duren (ja, in Japan zijn de weerberichten redelijk accuraat), maar merkten snel dat de regen de hele dag zou duren (joe-pie).
De beslissing was snel gemaakt om NIET naar Nara te gaan. We belden met Colette om af te zeggen en… ze was blij. Ze zag het niet echt zitten om naar Nara te gaan in de regen. Terwijl we nadachten over wat we WEL zouden kunnen doen tijdens deze regenachtige dag, herinnerden we ons een tip van de Duitser. Op de wandelroute tussen K’s House en Kioto station ligt een gigantisch shopping center genaamd Yodobashi. We beslisten om daar eens naar toe te gaan om te zien wat het was.
Steven stond erop dat we niet opnieuw naar het Zen Café zouden gaan, maar ergens een Japans ontbijt zouden nemen. Dus na ons op te frissen, gingen we naar een Sukiya restaurantje om te ontbijten. Steven ging voor een Japans ontbijt, Francis ging voor een iets minder uitgebreid ontbijt en ik ging voor Curry. Maar deze keer was ik teleurgesteld met wat ik kreeg voorgeschoteld. Minder smaak, vettiger saus en in het algeheel niet genietbaar. Nee, dit was zeker geen foto waard.
Yodobashi
Na het ontbijt wandelden we verder, richting Yodobashi. Het is een heel shopping centrum, maar dan in 1 groot gebouw. Het deed me ietwat denken aan Harrods (maar dan minder fancy en meer supermarkt-achtig). Yodobashi is zes verdiepingen met alles wat je zou willen. Computers, telefoons, horloges, schoonheidsproducten, massagestoelen, camera’s, fototoestellen, gadgets voor de vorige twee, speelgoed, videospelletjes, bordspelen, huishoud elektro, tv’s, muziek, muziekinstrumenten, kledij, schoenen… alles!
Na een korte verkenning om te weten wat waar was, beslisten we om ons op te splitsen om zoveel mogelijk te ontdekken in dit “paradijs”. We besloten om 's middags op de 6e verdieping af te spreken, om samen iets te gaan eten.
In mijn verkenning, spotte ik voor de 2e keer op mijn reis een Yu-Gi-Oh Duel Terminal en deze keer heb ik deze uit geprobeerd. Dit is een arcade videospel die enkel in Japan en (beperkt) in Amerika te spelen is, dus je verstaat het wel als ik doodcurieus was om te weten wat het deed. Ik heb het even gespeeld, maar liet het even snel weer voor wat het was, omdat ik de japanse kreten en tekst maar niet verstond.
In een van de andere winkeltjes die hier aanwezig waren, zag ik ook voor de eerste keer een echte V-Jump. Deze maandelijkse magazines zijn blijkbaar niet standaard aanwezig in boekenwinkels of supermarktjes, ten opzichte van de gewone Weekly Shonen Jump. Ik was aan het twijfelen om deze te kopen, maar was toch snel overtuigd om een ander magazine te kopen, omdat het een Servant Saber figuurtje had (van Fate / Zero). En laat dat nu net een van de beste animes ooit zijn!
Ik heb uren genoten van Yodobashi, al rond slenterend door de verschillende verdiepingen. Rond de middag merkte ik echter dat ik mijn reisgenoten niet kon vinden. Eerst vond ik Francis. Samen zochten we naar Steven, die we maar niet konden bereiken (de batterij van zijn gsm was blijkbaar plat). Maar toen we opnieuw opsplitsten, had Francis wel Steven gevonden, maar was ik Francis uit het oog verloren. En ik bleek het verkeerde telefoonnummer te hebben van Francis. Technologie was echt wel de kop van jut deze dag…
Het moment we elkaar uiteindelijk terug vonden, zijn we samen naar een van de vele, kleine restaurantjes gaan eten op de 6e verdieping van Yodobashi. Dit was een ramen restaurant van de keten Chabuton. We genoten van ramen met een gratis portie rijst.
Tijdens deze lunch praatten we over de mogelijkheden om langer te kunnen blijven in Japan. Onze 14 dagen zaten er al bijna op, maar we hadden graag langer gebleven. En hoewel dit misschien zou mogelijk zijn voor Francis en ik, was dit onmogelijk voor Steven (omwille van zijn job). Toeristen mogen ook maximaal een maand in Japan verblijven. Maar mensen die werken in Japan, kunnen langer blijven (Ja, er zijn uitzonderingen / uitbreidingen mogelijk, maar dat lijdt ons te ver af van dit verhaal).
We hadden het over het WWOOF systeem waar de Duitser van de dag hiervoor mee naar Japan was gereisd. Steven zei dat hij er over getwijfeld had om via dit systeem naar Japan te komen. Maar de gedachte dat je eigenlijk geen geld verdient (buiten eventuele fooien, die nagenoeg niet bestaan in Japan) en maar 1 vrije dag hebt in de week had hem van gedachten doen veranderen. We zaten dan maar te fantaseren over het type job dat we in Japan zouden uitvoeren. En bij toeval zagen we bij het naar buiten gaan een vacature voor een medewerk(st)er voor het Chabuton restaurant. Als bij grap namen we allen een foto van de vacature.
Na dit restaurantbezoek gingen we met de lift terug naar beneden en verlieten we Yodobashi. Ondertussen probeerde ik te achterhalen welk lied Yodobashi’s themaliedje was, dat de hele tijd weergalmde door de gangen van het shopping center (en dat Steven enorm enerveerde). Na een tijdje had ik het gevonden. Het is een variatie op “Glory Glory Hallelujah” (officiële titel is: “Strijdlied van de (Amerikaanse) republiek”). Ik had ook gemerkt dat er een partituur geprint was op de grotere shopping zakken die ze hier gaven. Nadat ik deze in detail had gelezen/gezongen, realiseerde ik al snel dat dit hetzelfde themalied was (wat steek houdt).
Terugkeer naar Kurama – Een échte onsen bezoeken
Na ons bezoek aan Yodobashi wandelden we op het gemak terug naar K’s House. De regen was grotendeels voorbij, maar het bleef toch miezeren. Steven en ik wilden eens een echte “hot spring” uitproberen. Steven had gehoord dat er eentje was in Kurama (waar het vuurfestival had plaats gevonden). Francis was echter moe en had geen zin om mee te gaan. Dus hij bleef in het hostel om zijn batterijen terug op te laden. Steven en ik gingen dan maar met z’n tweeën naar Kurama.
We wandelden naar de metro halte nabij K’s House (ja, we hadden ons lesje geleerd) en namen de metro naar het ondertussen beruchte kleine treinstation om naar Kurama te gaan. Bij aankomst in het stationnetje merkten we al snel op dat het er bijna verlaten bij lag, in vergelijking met de dag hiervoor. We gingen naar de balie en kregen een discussie met de bediende om naar Kurama te gaan. Dit was een nogal raar gesprek, omwille van de taalbarrière. Zij (noch haar collega’s) konden Engels en wij hadden problemen met Japans. Zij wilde ons niet zomaar laten vertrekken, omdat er een combinatieformule was om naar Kurama te gaan: inclusief trein, busrit van/naar de onsen en toegang tot de onsen (een beetje zoals een B-Dagtrip van de NMBS). Maar ja, eer we DAT door hadden...
Na een vijftal ellenlange minuten hadden we eindelijk door wat ze probeerde duidelijk te maken en kochten we dit speciale ticket. We sprongen op de trein (die deze dag maar met moeite halfvol was) en vertrokken richting het bergdorpje Kurama.
Na een drie kwartiertjes rijden, arriveerden we in Kurama en werden we opgewacht door een klein busje. Samen met enkele andere mensen stapten we op en werden we tot aan de Kurama Hot Springs gevoerd.
We gingen naar de ingang en wilden onze tickets overhandigen en handdoeken kopen. Maar de man aan de kassa verwees ons naar de automaat die vlak naast hem stond. Daar moesten we een ticketje kopen en dit ticket aan de man terug geven.
Nee, dit is geen grap. Ongeacht het feit dat we daar maar met 4 of 5 mensen stonden, waren we verplicht om een ticketje te kopen uit een automaat die nauwelijks twee meter van de kassa stond, alleen om dit ticket dan aan deze man af te geven en handdoeken terug te krijgen. En als extraatje bleek dat er maar 1 type handdoeken beschikbaar was (1 set van een grote en een kleine, en enkel in het groen). Deze automaat was volledig overbodig en maakte de handelingen onnodig gecompliceerd.
Na wat gefronste wenkbrauwen van onze kant kochten we beiden een ticket, gaven het ticket aan de bediende, die ons in ruil een grote en kleine handdoek gaf. Daarna gingen we binnen in het onsen gebouw. Na die enkele momenten van gêne (naakt zijn in de omgeving van andere naakte mannen) gingen we het badhuis naar binnen. We wasten onszelf, gezien je proper moet zijn eer je het warme water in mag. Eens gereinigd, stapten we in het (heerlijk) warme water.
Na een dik kwartiertje uitgerust te hebben op deze manier verlieten we het warme bad. We kleedden ons terug aan en beslisten om terug te wandelen naar het station, in plaats van het busje te nemen. En tot niemands verbazing slaagden we er opnieuw in om verkeerd te lopen. Gelukkig hadden we dit deze keer na enkele tientallen meters al door en keerden we snel terug naar het correcte pad.
Eens Manzo, altijd Manzo!
Eens terug in K’s House kwamen we snel Francis terug tegen. Zijn batterijen waren terug opgeladen en hij was klaar om opnieuw uit te gaan. In onze kamer merkten we op dat de Slayer-fan had uitgecheckt. Hij was vervangen was door (nog) een Australiër die een paar dagen vrijaf had van zijn Japanse job (niet via het WWoof systeem). Steven was heel geïnteresseerd in deze methode en babbelde nog wat met de kerel.
Rond etenstijd beslisten we om eens naar een ander restaurant te gaan, in plaats van Manzo. Het was er wel goed, maar verandering van spijs doet eten, hé. Op de terugweg van de onsen hadden we een restaurantje gezien die Koreaanse barbecue serveert… en we hadden onze zinnen daarop gezet. En oh-mijn-god: Dit was geweldig goed. Dit is een van de beste dingen die ik in Japan gegeten heb (zelfs in heel mijn leven). Helaas was dit een zeer prijzige maaltijd en kregen we echt weinig voor deze prijs. Ik was niet de enige wiens wereld door elkaar geschud werd door dit eten. Francis had een zotte bui en besloot om voor alles te betalen (dank u, Francis)
Maar omwille van de beperkte hoeveelheid, hadden we bij het buiten gaan niet echt het gevoel dat we voldaan waren. Dus... gingen we nogmaals naar Manzo, om nog een kleinigheid te eten. Ik heb nog wat gebakken kip genomen (niet de volledige set, dat zou te veel zijn). Francis bestelde de “fried potato” en verwachte bijgevolg frieten. Maar al snel merkten we dat Manzo hiervoor een zoete aardappel gebruikte (tegenover de typisch Belgische bintjes). De smaak was speciaal, maar wel lekker.
Na Manzo bezochten we nogmaals de “Family” Mart voor wat biertjes en dronken we deze op ons gemak uit in de leefruimte van K’s House.
Al bij al was dit geen intensieve dag, maar ja: de boog hoeft niet altijd gespannen te staan, hé.
En morgen? Wel, als het goed weer is, gaan we naar Nara. Daarover meer in de volgende blog post.
Reacties
Een reactie posten