Filip in Japan #3: Dag 10: De hel van Beppu
- Datum: Dag 10 - Zondag 01 oktober 2023
- Gemoed: Ik wil weg uit dit hostel, ugh!
- Weer: Warm, met momenten HEEL warm
- Passend lied: Nightwish - Planet Hell
De hel van Beppu
Ik wil hier weg!
Ik werd deze ochtend wakker op een uur waarbij op andere dagen ik zou zeggen dat dit te vroeg was, maar deze ochtend kon het niet vroeg genoeg zijn. Deze kamer ruikte nog steeds muf en ik voelde dat hier lang blijven niet gezond was.
Ik liep als het ware naar het gedeeld toilet en was blij dat hier niemand anders was. Daarna friste ik me op, pakte ik mijn valies en vluchtte ik als het ware uit deze kamer weg. Ontbijten zou ik wel in de "common room" doen.
Ik stapte naar de lift en drukte op de knop. De liftdeuren van deze kleine lift openden en ik zag dat deze al vol zit... met de twee Fransmannen waarmee ik samen op het vliegtuig zat! HUH?!... De Fransmannen waren even verbaasd om mij te zien als ik hen.
Gezien de kleine lift vol zat, sloten de deuren. Ik drukte opnieuw op de knop en niet veel later was de lift er terug. De Fransmannen wachtten me op, op het gelijkvloers en we zegden nogmaals gedag. Wat een toeval dat we hier elkaar opnieuw ontmoetten. Helaas had het duo niet veel tijd, dus veel konden we niet meer bij praten - ze hadden een trein te halen. We zeiden gedag en tot ooit nog eens.
Na deze leuke ontmoeting, werpte ik de kamersleutel in het daarvoor voorziene bakje (zoals de dag hiervoor was uitgelegd). Daarna ging in naar de common room. De "common room" was een deelruimte. Dit was een soort van keuken met ontbijtruimte. Er stonden enkele koelkasten, een groot aanrecht om eten klaar te maken, een paar microgolfovens, een soort "toogtafel", een zithoekje met zetels en een lang boekenrek met veel manga's. Dit was een gezellige ruimte, zoveel was zeker.
Er waren een paar andere mensen in de ruimte, maar gezien het Japanners waren, zeiden we niet veel tegen elkaar. Ik at de ontbijt "koeken" op die ik de avond hiervoor had gekocht en dronk de ijsgekoelde cafe latte drank. De appelkoek die ik gekocht had, smaakte lekker. De chocolade brioche... was net eetbaar (yeey). De ijsgekoelde cafe latte was dan weer een lekkere drank.
Eens klaar, vertrok ik uit dit hostel en wandelde ik met mijn bagage rchting station.
Eens in het station vond ik vrij gemakkelijk een coin locker die groot genoeg was voor mijn bagage. Enigzins verbaasde me dit, maar toen ik later in de tourist information bureel stapte, snapte ik waarom. De coin lockers waren 700 yen (een algemene prijs voor lockers doorheen Japan) - het toeristenbureel voorzag ook een bagage opslagdienst... voor 500 yen, 200 yen goedkoper. Helaas wist ik dit niet op het moment ik de coin locker sloot.
Ik ging het toeristenbureau binnen en vroeg naar een buspas en een pas om de hellen van Beppu te bezoeken. De dame aan de balie sprak redelijk goed Engels, gaf me de nodige passen en gaf ook infomatie over hoe ik van en naar de helse bronnen moest gaan. Alsook gaf ze info over wat ik naast de bronnen kon bezoeken. Heel veel uitleg die heel welkom was.
Ik volgde de route die de dame had gezegd en vond quasi direct de correcte bus om naar de bronnen te gaan. Samen met nog een hoopje toeristen stapte ik op de bus. Niet veel later vertrok de bus, richting de hel!
Umi Jigoku - De zeehel
Een half uurtje later stopte de bus vlakbij de eerste van de zeven hellen van Beppu. Zowat iedereen die op de bus zat, stapte hier uit en als groep wandelden we richting de ingang. Ik merkte op dat we hier niet alleen waren - het was hier erg druk. Deze hel (Umi Jigoku, ofte de Zeehel) was aangeduid als de "eerste" van de zeven hellen, dus ik vermoedde dat de meeste mensen hier wilden starten.
In het toeristenbureel had ik een voucher gekregen en deze gaf ik hier aan de kassa af. In ruil kreeg ik een "bonnenboekje" waar men zeven ticketjes van af kon scheuren - één voor elke hel. En het eerste kon ik hier al direct deponeren. Er stond een grote doos bij de ingang, alsook een medewerker die iedereen er op aan wees om het bonnetje in de doos te werpen. Na het "werpen", kregen we een vriendelijke "dozo" en mochten we binnen.
Wat deze eerste hel uniek maakte, was de tuin. Hoewel elk van de zeven helse bronnen water had die veel te heet is voor mensen, was dit blijkbaar een perfecte plaats voor grote lotusbloemen. En deze lotusbloemen zouden (volgens de informatie) sterk genoeg zijn om een klein kind te dragen. Maar laat ons zeggen dat niemand van de toeristen gek genoeg was om dit uit te proberen, gezien de helse temperaturen van deze warmwaterbronnen.
Naast de tuinen buiten, was er ook een serre waar de grotere lelies werden gekweekt. Gezien de grootte, vermoedde ik dat deze de "sterkste" van de lotusbloemen waren.
Na een interessante wandeling langs deze warmwaterbron en bijhorende tuin, keerde ik terug naar de uitgang. Hier was een cafetaria aanwezig, met de mogelijkheid om "hell-steamed pudding" te kopen. Oké, ik was nieuwsgierig, dus kocht ik een pudding. Ik zette me in de cafetaria en at dit met plezier op. Het was... oké. Maar ik zou niet weten wat ik anders zou moeten smaken aan deze pudding dan gewone pudding. Maar dat kan aan mij liggen.
Oniishi Bozu Jigoku - De modderige monnikskop hel
Eens buiten bij de eerste hel, spotte ik dat de tweede hel op een kleine honderd meter afstand lag. Ik wandelde er naar toe, en deponeerde het tweede bonnetje in de doos bij de ingang.
Deze hel heeft een speciale naam. Maar dat is omwille van de klei-achtige vijvers waarin bubbels naar boven komen, alsof het kale (monniks)koppen zijn die net uit de modder komen.
Veel was hier niet te zien buiten deze paar klei-achtige vijvers met kale bolletjes. Maar als optie was hier een onsen en een gratis voetbad. Dus toch iets voor de liefhebbers. Ik ging echter verder naar de volgende hel.
Kamado Jigoku - De Kookpothel
De volgende hel lag iets verder. Ik herinnerde me de wijze woorden van de dame van het toeristenbureau. Ze zei dat tussen deze eerste twee hellen en de volgende drie, er een extra "hel" lag, die geen deel uit maakte van de zeven hellen trip. De afvallige hel was "Yama Jigoku", ofte de berghel. Blijkbaar zou dit "ooit in den tijd" wel een deel uitgemaakt hebben van deze groep hellen, maar door omstandigheden nu niet meer. Maar veel toeristen gaan er per abuis binnen met hun bonnenboekje, en betalen de ingang dan omdat ze te Japans zijn om zo terug weg te gaan. Ik herinnerde me de woorden op tijd, dus ik wandelde hieraan voorbij. Volgens wat ik online las, was deze toch een van de minst interessante hellen van Beppu, dus geen gemis.
De volgende hel die wel deel uitmaakte van het "zeven hellen" pakket, was Kamado Jigoku, oftewel de Kookpothel. Dit naar een oude legende waar een "oni" demon een pot met rijst kookte voor de goden, met behulp van de gassen uit deze "hel".
Daarnaast was dit een van de meer informatieve hellen. Er liepen gidsen rond in deze hel die kinderen uitlegde wat dit allemaal was. En de gidsen haalden ook een trucje uit met de kleivijvers (gelijkaardig aan de vorige hel, maar dan bruine klei in plaats van grijze). Als ze sigarettenrook boven deze vijvers blaasden, werd de bijna onzichtbare rook plots blauwachtig (een chemische reactie - best interessant).
Alsook was er een stand die uitlegde dat de witte sporen die je aan de rand van de blauwe helvijvers zag (zowel hier als bij andere helbronnen), siliciumdioxide is. Dit wordt langzaam aan gevormd door de mineralen hier in deze helse waterbronnen. En als ik langzaam zeg, dan is dat een understatement. Er stond een stuk siliciumdioxide tentoon gesteld, dat gevormd was over de tijdspanne van 50 jaar - en ik heb een foto genomen om te kunnen aantonen dat dit niet "veel" is.
Oniyama Jigoku - De monsterberghel
Na de hel met redelijk wat uitleg, begon ik me af te vragen hoe elke hel zich zou differentiëren. Wel, de volgende hel (Oniyama Jigoku, ofte monsterberghel) heeft een tweede naam naast de standaard "monsterberghel". Het is namelijk ook de "krokodillenhel". De vijvers met hels warm water en de stoom zijn hier blijkbaar zodanig specifiek dat het een ideale broedplaats is voor krokodillen.
Toen ik dit eerst hoorde, dacht ik dat men sprak in hyperbolische termen. Maar neen... dit was raar-maar-waar een kwekerij van krokodillen.
Mijn verbazing was groot, maar ik was aan het rondwandelen in een krokodillenkwekerij. Dit had ik niet verwacht, zoveel is zeker. Het was een interessant zicht, om maar te zeggen.
Shiraike Jigoku - De hel van de witte vijver
Op weg naar de vijfde hel, passeerde ik een straat met verkoopsstandjes. Dessertjes, drinken, maar ook: Hel-gestoomde snacks. Inclusief de bekende hel-gestoomde eieren. Ik had geen grote honger, maar een eitje kon er wel bij! Ik bestelde een eitje en kreeg een ei in een metalen kom (dit met waarschuwing: "pas op, is warm!"). Ik zette me aan een van de tafeltjes die hier stonden en begon langzaam aan het ei te pellen. En dat het ei warm had was niet gelogen, het duurde eventjes eer ik voldoende van de schaal gepeld had omdat het zo verdraaid warm had. Een Japans gezin zette zich aan de tafel naast mij en begon ook een ei te pellen samen met hun jonge kind. Samen lachten we over het feit dat dit ei "totemo atsui" was (ofte "erg warm").
Maar na verloop van tijd had ik het ei gepeld en kon ik proeven. Het eitje was best oké. Er stonden zoutvatjes op tafel om wat extra smaak te geven. Dit was al bij al een leuke ervaring, ook al was het maar zo simpel als een eitje pellen.
In een andere nabij gelegen zaak kocht ik mij een ijsgekoelde meloenfrisdrankje (met stukjes ijskoude meloen). Met dit warme weer deek dit deugd, en meloen is altijd lekker. Maar ik had bij een iets niet stil gestaan... Op enkele tientallen meters van deze zaak lag de volgende hel: Shiraike Jigoku (de hel van de witte vijver). En daar stond een bord dat je niet binnen mocht met eten of drinken... oeps.
Ik zette me dan ook maar op een bankje bij de ingang en wachtte tot mijn ijsgekoelde drank (met stukjes ijskoude meloen) op was. Laat me zeggen, het duurde eventjes eer alle stukjes ijskoude meloen op waren.
Eens alles op was, werpte ik het bonnetje in de ton en kon ik binnen. De bron in deze hel had een "melkkleur". Dat was het kenmerkende eigenschap. Niet super speciaal, hé.
Daarom hadden ze hier een soort van verhoogd platform gemaakt, zodat je beter een selfie kon nemen met deze helse bron. Daarnaast was er hier een aquarium met tropische vissen als extra attractie. Het was me wel niet duidelijk of de vissen in dit aquarium ook in hels warm water zouden zwemmen (het zou me verbazen). Grootse blikvanger in dit aquarium: piranhas.
De reis naar de zesde hel
Niet ver van deze locatie, lag een restaurant waar ik een volledig hel-gestoomde maaltijd zou kunnen benuttigen. Maar zoals quasi elke dag op deze reis had ik rond de middag bitter weinig honger (vermoedelijk de constante warmte, ik weet het niet). Dus paste ik ook maar voor deze anders unieke lunch ervaring.
De zesde en zevende hel lagen een heel eind verwijderd van de andere vijf, en hiervoor was een rit met de bus nodig. Ik wandelde verder tot aan een grote bushalte met wachtruimte. Dit was blijkbaar een kruispunt in Beppu waar de wegen van vele bussen elkaar kruisten. Daarom dat hier een informatiepunt lag, alsook een wachtruimte. Best handig, eigenlijk, want ik moest een goede twintig minuten wachten tot de bus zou aankomen die me naar de volgende hel zou brengen.
Ik keek rond in deze ruimte en zag toeristen foto's nemen in een fotohoek met een lokale mascotte. Ik moest een paar keren met mijn ogen knipperen, want op het eerste zicht leek die mascotte erg op Jos, het debiele ei - de gagfiguur uit Humo van de jaren nul. Maar oordeel vooral zelf.
Na een twintigtal minuten was de bus er effectief (en zonder vertraging!). Ik stapte op, samen met nog andere toeristen. En ietwat later stope de bus aan de zesde hel: Chinoike Jigoku.
Chinoike Jigoku - De bloedvijver hel
Samen met de ander toeristen stapte ik van de bus, dropte ik het bonnetje in de bus en stapte ik deze locatie binnen. Ik keek rond en zag dat het speciale aan deze hel... de winkel was.
Als dat teleurstellend klinkt, dat WAS het ook. Er was hier één grote helse vijver, rood gekleurd. Er was een bergpadje... dat nergens naar toe ging (merkte ik op toen ik bovenaan het pad stond). Er was een voetbad (zoals op enkele andere locaties). Het enige écht speciale was de immens grote winkel die bij deze vijver hoorde. Ja, dit was veruit de minst interessante hel.
Op naar de volgende hel, zou ik zeggen?
Tatsumaki Jiguoku - De spuitende hel
De zevende hel lag op zo'n goede honderd meter van Chinoike Jigoku, dus ik was snel ter plaatse. Toen ik ook hier eerst in een winkel binnentrad, vreesde ik dat ook deze locatie enorm teleurstellend zou zijn. Maar dan keek ik voorbij de winkel, op het "terras" en spotte ik enkele tientallen mensen die op "iets" zaten te wachten.
Ik ging naar buiten en zag snel wat deze hel zo speciaal maakte: Tatsumaki Jigoku (de spuitende hel) was een geiser. De bron was zeer actief en spuitte zowat elke 30 à 40 minuten, en dit zo'n 6-10 minuten lang. Voor de veiligheid van de mensen was er een stenen muur en plafond aangelegd. Dit zodat er geen gloeiend heet water op de toeristen zou vallen. En die extra veiligheid is zeker nodig. Het water van deze geiser was de warmste van alle hellen, zo'n 105°C.
Gezien de grote hoeveelheid mensen die hier reeds zaten, schatte ik dat het niet lang meer zou duren eer de geiser zou activeren. Dus ik zette me op een nog vrije plaats en hield mijn gsm klaar om te filmen. En ja, zo'n vijf minuten later begon de bron te "spuiten". Quasi direct begon een bandje te spelen die uitleg gaf over de geiser, in het Japanes én in het Engels. Eens de uitleg voltooid was, ging iedereen dichterbij de geiser om selfies te nemen. Ik ook, natuurlijk!
Eens de geiser stopte met "spuiten", begonnen de toeristen te vertrekken richting de uitgang. Ik wou eerst nog een rond kijken wat deze locatie nog verder te bieden had. Er was een soort van tuin aanwezig naast deze bron. Maar echt noemenswaardig kon je het niet noemen. Op enkele minuten had ik alles gezien.
Eens terug buiten was het opnieuw een twintigtal minuten wachten op de bus richting station. Genoeg tijd voor een wc-bezoek en een onderzoek van het toeristenplannetje om te kijken wat ik hierna zou kunnen doen. Ik herinner me Jorem (de Nederlander van de vorige avond) die zei dat hij het bamboe ambachtsmuseum bezocht had en best interessant vond. Ik had tijd over en vond het de moeite waard om te controleren of Jorem gelijk had!
Het bamboe ambachtsmuseum
Een twintigtal minuten later in brandende zon (oh ja, die was terug van de partij) was de bus daar. Ik stapte op, samen met nog enkele andere mensen. En niet veel later vertrok de bus richting station.
Eens aan het station vond ik de aansluitende bus die me het dichtst mogelijk zou brengen bij dit museum, en ook hier hoefde ik niet lang te wachten. Een busrit later stond ik wel ergens in het midden van nergens (of zo leek het toch). Gelukkig had ik Google Maps die me door de juiste straatjes kon sturen om toch bij dit museum te geraken.
Eens aangekomen was ik nog steeds geen honderd procent zeker of ik op de correcte plaats was - het was hier nogal "stilletjes". Dat was tot ik een erg groot kunstwerk gemaakt uit bamboe spotte, wat voor mij telde als bevestiging. Ik ging het museum binnen en werd verwelkomd door een bediende die erg blij was om buitenlanders te zien. Ze vroeg van welk land ik afkomstig was ("Be-Ru-Gi!") en zei dat fotograferen toegestaan was, waar aangeuid (en verboden waar aangeduid dat het niet toegelaten was). Gezien fotograferen in de inkomhal toegelaten was, dacht ik dat dit heel wat ging zijn. Maar in realiteit was het merendeel toch verboden (boe!).
Dit museum was al bij al best de moeite waard. Hoewel een groot deel van de kunstwerken "manden" waren (een beetje te vergelijken met riet- of vlasmanden van alhier), waren er echte kunstenaren die heel creatief om gingen met dit natuurlijk product.
In dit museum was er ook een tweede verdieping, waar een tiental studenten les volgden van een bamboe leermeester. De leermeester kon niet goed Engels. Maar toen hij me zag, gaf hij me een pamflet in het Engels die uitlegde dat deze studenten professioneel de stiel aan het leren waren. Ik wenste hen veel succes en ging dan verder.
Beppu Park
Ik actieerde opnieuw Google Maps en deze gaf een ietwat andere richting uit naar de bushalte richting station. Ik twijfelde over de bestemming, maar deze bleek toch correct te zijn - blijkbaar ging de heen- en terugrit van de bus over een iets andere route. Ik sprong terug op de bus en reed richting Beppu Park. Ja, ik wou opnieuw een park bezoeken. En nee, de hoeveelheid teleurstellingen hield me niet tegen om altijd opnieuw te proberen.
En man, was ik blij dat ik dit park bezocht heb. Beppu Park was een fenomenaal park en een van de mooiste in deze reis. Het is groot, het is GROEN, er is een picknickruimte, er is een speelruimte. Verdorie, er is zelf een mini bamboebos... En het is hier rustig, ongeacht de hoeveelheid mensen die hier rond wandelden of speelden. Niet overdreven druk - net goed. In andere woorden: i-de-aal!
Takegawara Onsen
Gezien het park op wandelafstand lag van het station, keerde ik al wandelend terug naar het station. Eens aangekomen, merkte ik dat het nog maar rond 16u was. Dit was vroeger dan voorzien. Dan herinnerde ik me opnieuw de woorden van de bediende in het toeristenbureeltje deze ochtend. Ze prees enkele onsens aan om te bezoeken als ik tijd over had. Ik nam het plannetje en zag de "onsens" die ze aangeduid had op het plan. De onsen die ze het meeste prees, was "Takegawara Onsen", de oudste traditionele onsen van Beppu. Als er een onsen was die ik wou bezoeken, was het deze wel. Mijn handdoeken lagen wel in mijn valies - in de coin locker. Maar ach, ik datcht dat ik ter plaatse wel een handdoek zou kunnen huren of kopen.
Het was een eindje wandelen tot aan de onsen (10 à 15 minuten), en er was een kleine wachtrij om binnen te raken (geen te lange, weliswaar).
Dit was ook een locatie waar je jezelf kon laten ingraven in "zandbaden". Ik had dit opgezocht en had getwijfeld om dit te doen. Bij een zandbad, krijg je een speciale yukata (die vuil mag worden van het zand), en word je bedekt met warm zand (vulkaanzand, of zand gewarmd door het hete onsen water). Het zou een speciale ervaring zijn.
Maar de loketbediende gaf aan dat het zandbad vol zat en er minstens een uur wachten zou zijn. Ik wou gewoon een ticket voor de onsen, dus... ze verwees me door naar de automaat vlak naast haar (ach, komaan!). Maar om aan die automaat te raken moest ik in deze traditionele ruimte... voorbij de genkan. Dus mijn schoenen moesten uit. Ik voelde dat mijn voeten al redelijk pijnlijk waren van een historiek van blaren (ben ik gevoelig aan). Maar ik hoopte dat dit warme water deugd zou doen.
Ik kocht een ticket met handdoek, ging de mannenruimte in, deed mijn kleren in een locker en zag... dat er geen wasruimte was. Dat was vreemd. Ik spoelde mijn lichaam dan met water af van de kraan. Ik stapte in het onsen bad en... oh jee, dit was net zo heet als in het hotel de vorige avond. Maar hier waren wel andere mensen aanwezig, dus ik kon geen watje zijn. Ik zette mij in het warme water en bleef toch een vijf à tiental minuten zitten. Maar laat me zeggen - dit was té warm.
Na enkele ellenlange minuten gaf ik op en ging ik uit het water. Ik moest bekomen, want dit was té warm en gewoon niet aangenaam meer. Na een tijdje droogde ik me af en deed ik mijn kleren terug aan. Dan ging ik naar de melkautomaat (oh ja) en kocht ik een drinkyoghurt-achtig drankje (best lekker, zeker na het warme bad).
Ik ging naar buiten met gemengde gevoelens. Dit had goed moeten aanvoelen, maar dat deed het niet. Ik had het gevoel dat ik iets verkeerd gedaan had, of dat ik een verkeerde procedure ondergaan had.
Nader onderzoek gaf aan dat het water in deze onsen tot 45°C kon gaan en in het slechtste geval... tot 53°C. En als je wil weten hoe warm dit is? Mijn dokter zei dat water warmer dan 50°C de reden was waarom ik op mijn rechterbeen tweedegraads brandwonden heb gekregen. Oh ja, dit onsenbezoek heeft helaas zijn sporen nagelaten. maar dat wist ik op dit moment nog niet.
De rit naar Hiroshima
Na het onsenbezoek keerde ik terug naar het station. Ik haalde mijn bagage uit de locker en ging richting JR office. Ik boekte tickets en kreeg er twee. Eentje voor de express trein naar Kokura, en eentje voor de shinkansen van Kokura naar Hiroshima - Mijn volgende bestemming. En niet veel later zat ik op de trein, voor een lange reis van ergens tussen de 2 à 3 uren.
Na een lange reis arriveerde ik in Hiroshima en wou ik naar de tram. Ik dacht dat dit gemakkelijk zou zijn, gezien ik in 2018 ook al in Hiroshima was geweest en de lay-out van het station toch ietwat herinnerde. Maar niets was minder waar. Er waren renovatiewerken bezig. Het station stond in de steigers en iedereen moest een speciaal gemaakte omweg volgen om naar de tram te gaan. En die tram stond op een andere locatie. Oh jee, wat een chaos. Mijn ervaring van vijf jaar geleden werd prompt naar de prullenbak verwezen.
Uiteindelijk vond ik een van de trams die ik kon nemen richting mijn hotel. Ik stapte af bij de dichtst bijzijnde halte (Tatemachi) en wandelde nog zo'n goede 500 meter tot aan mijn verblijfplaats voor de komende dagen: Webase Hiroshima.
Ik checkte in en kreeg een uitleg over de regels van dit hotel. Alsook was er de vraag of ik ontbijt wenste. Ik had dit niet op voorhand besteld, maar ik wou er toch. Dus kocht ik ontbijttickets voor drie dagen. De belangrijkste vraag hierbij: Wit brood of Campagne brood. Toen ik dit hoorde, knipperde ik even met mijn ogen. Campagne? Als in... een boerenbruin brood? BRUIN brood? In Japan? Dit wou ik toch proberen.
Eens het administratief deelte afgehandeld was, ging ik de lift in, richting mijn kamer. Daar ontlaadde ik mijn bagage en rustte even uit op mijn bed.
Okonomimura
Dat rusten kon ik echter niet lang, want ik moest nog een avondmaal hebben. Op de planning stond een trip naar "Okonomimura" - een locatie in Hiroshima dat volledig in teken stond van Okonomiyaki, de hartige pannenkoek. Het beste van al: deze locatie lag op zo'n 500 meter van het hotel.
Ik ging naar de locatie, vond dit perfect, en zag dat dit gebouw zo'n drie verdiepen had - vol met standjes die Okonomiyaki serveerden - elk in de persoonlijke stijl van de eigenaar van het standje. Ik ging binnen... en werd geweigerd bij zowat elke stand op de eerste twee verdiepen... huh?!
Het was nog maar tien na negen 's avonds, en ja - de meeste chefs wilden stoppen voor de avond. Uiteindelijk vond ik nog een standje op de bovenste verdieping die mij er nog bij wilde. De chef zei ja, en ik zette me. Maar een korte discussie tussen de chef en zijn vrouw leek uit te schijnen dat de vrouw mij waarschijnlijk zou geweigerd hebben. Elke persoon die na mij volgde werd ook hier geweigerd. En laat me zeggen, er passeerden hier nog regelmatig mensen - het was dan ook nog niet zo laat. En het toppunt was: Google Maps gaf aan dat deze locatie tot 1u 's nachts open zou moeten zijn.
Ik weet niet WAT hier precies gebeurd is in de afgelopen jaren, maar het enige wat ik kon raden was "de corona-crisis". Redelijk wat van de standhouders zagen er niet meer zo jong uit, en ik denk dat de vele sluitingsdagen en vroegere sluitingsuren die ze hadden tijdens de crisis iets was dat ze wilden behouden nu alles voorbij was.
Ongeacht hoe, gezien ik de laatste persoon was die aangenomen was in dit standje, duurde het niet zo lang eer ik hier helemaal alleen zat als klant. Okonomiyaki is ook zo'n gerecht dat je niet in vijf minuten naar binnen kon schrokken. Dus dit was nogal... awkward.
De eigenaar en zijn vrouw kuisten de boel zoveel mogelijk op, terwijl ik zat te eten. Gelukkig was het eten lekker.
Eens de hartige pannenkoek op was, betaalde ik en ging ik voort. Ik stond buiten en het was nog geen 22u. En toch had ik het gevoel dat ik buiten gekuist was. Dit... was niet super aangenaam.
Eens terug in het hotel, begon ik mijn verslag verder te schrijven, samen met een theetje gemaakt van de theezakjes aanwezig op mijn kamer. Ik rustte wat uit, al zappend doorheen de tv. Blijkbaar was het volleybal kampieonschap nog steeds bezig en was het Japanse mannenteam nog steeds in de running. Niet veel later ging ik maar naar bed.
Morgen stond een dag Miyajima op het eiland. Hopelijk zijn mijn voeten dan iets beter, want nu was het maar zo-zo. Vooral mijn rechter voet voelden niet zo super goed.
We zullen morgen zien. Tot dan, V uit!































Reacties
Een reactie posten